Actueel

Actueel.

Terug naar overzicht

‘Eerste snede laat, bemesting tweede snede belangrijk’

12 mei 2015

Gemiddeld genomen bepalen de eerste twee snedes ongeveer 60 procent van de graskuilvoorraad. De eerste snede is later dan vorig jaar en daarmee lijkt de ruwvoeropbrengst wat achter te blijven bij vorig jaar. De meeste veehouders hebben echter meer ruwvoer nodig, omdat ze meer melk willen gaan leveren. „Zaak dus voor een goede bemesting van de tweede snede", aldus Piet Riemersma, ruwvoerspecialist bij Van Iperen.

„Door de weersomstandigheden is zowel de drijfmest als de kunstmest laat toegepast. Vervolgens bleef het ook nog een koud voorjaar, waardoor de mineralisatie niet op gang kwam", zo zegt Riemersma. „Voor een goede mineralisatie van stikstof en zwavel is een dagtemperatuur van boven de 10 graden nodig. Volgens het KNMI was dit pas vanaf begin april een feit en daarmee is de mineralisatie eigenlijk vanaf de tweede week april pas goed op gang gekomen.”

Minder gras en eiwit

Dat de mineralisatie pas later op gang kwam, is volgens Riemersma terug te zien in de versgrasanalyses. „We zien een lager ruwecelstofgehalte ten opzichte van de vergelijkbare periode vorig jaar. Dat wijst op een lagere opbrengst. Er staat op dit moment gewoon minder gras. En hoewel je zou verwachten dat je bij eenzelfde bemesting als vorig jaar, nu een hoger ruweiwitgehalte per kilogram drogestof zou behalen, is het tegendeel waar. De ruweiwitniveaus zijn ook lager dan vorig jaar.”

Inhaalslag maken

Volgens Riemersma biedt het bemesten van de tweede snede veehouders de kans om een inhaalslag te maken. Maar hij geeft aan dat ook de bemesting van de eerste snede hier nog een belangrijke rol in kan spelen. „Als de mineralisatie laat op gang is gekomen, zal er meer stikstof uit drijfmest beschikbaar zijn voor de tweede snede. En als er bij kunstmest gekozen is voor stikstof in de vorm van ammonium of een vloeibare ureum, dan is er minder risico op uitspoeling geweest omdat deze vormen zich binden aan de organische stof. De onbenutte elementen zijn dus nog beschikbaar voor de tweede snede.”

Naast dat ureum en ammonium minder uitspoelingsgevoelig zijn, zorgen ze volgens de ruwvoeradviseur voor het beter beschikbaar komen van alle overige elementen die in de bodem zitten. Riemersma: „Dit zijn belangrijke elementen voor zowel het bodemleven en de gewasgroei, waardoor veel organisch gebonden elementen in het ruwvoer terechtkomen."

Niet te krap bemesten

Riemersma adviseert om direct na het maaien de bemesting voor de tweede snede toe te passen. „Vier tot zeven dagen later mag de drijfmest erop. voor een goede opbrengst is het belangrijk om niet te krap te bemesten, we lopen al een beetje achter. Natuurlijk moet je wel letten op de ruimte die je hebt binnen de wettelijke kaders”.

Hij is een voorstander voor het gebruik van stikstof in de vorm van ureum of ammonium. Daarnaast geeft hij aan dat zwavel belangrijk blijft, ook voor de tweede snede. „Bij de zwavelgift moet je er als veehouder op letten dat je niet overdoseert. Ook moet je een goede productkeuze maken. Kies voor producten met minimaal twee keer meer stikstof dan zwavel voor een gewenst resultaat. Al je voor de tweede snede de juiste keuzes maakt, kun je straks maximaal oogsten.”

Bron: melkvee.nl

Agenda.

Op het moment hebben wij geen events.